Veel schrijnwerkers en interieurbouwers zijn hopeloos op zoek naar gemotiveerde medewerkers. Het zijn dan ook niet voor niets al jaren knelpuntberoepen. VDAB probeert dat tekort te verlichten met vacaturegerichte opleidingen en trajecten op maat. “Maar bedrijven moeten ook hun verwachtingen durven bijstellen”, zegt Inge Van der Linden.
Inge Van der Linden is manager bouw & hout bij VDAB Oost-Vlaanderen en wil zoveel mogelijk werkzoekenden met interesse in de bouw- en houtsector aan een job helpen. Dat doet VDAB met opleidingen binnenschrijnwerk, interieurbouw en buitenschrijnwerk in opleidingscentra verspreid over Vlaanderen. De opleidingen zijn in trek. In het opleidingscentrum in Wondelgem is er soms zelfs een kleine wachtlijst, hoewel drie instructeurs er dagelijks cursisten opleiden.

Willem Vercruyssen, teamleider hout in Wondelgem, legt uit hoe VDAB de opleidingen aanpakt: “Tijdens een korte basisopleiding proeven cursisten van de drie beroepen. Na een uitgebreid infomoment, kiezen ze op basis van hun competenties en interesses de richting die het best bij hen past. Vaak is dat binnenschrijnwerk of interieurbouw, buitenschrijnwerk ligt minder goed in de markt.”
Dan volgt een verkort traject van gemiddeld drie maanden. Daar kan van afgeweken worden als iemand meer tijd nodig heeft of net sneller vooruitgaat. “De instructeur bekijkt altijd wat een kandidaat precies nodig heeft om snel door te kunnen stromen naar de arbeidsmarkt. Heeft iemand een specifieke vacature of stageplek op het oog, dan spelen we daarop in”, zegt Vercruyssen. “We leggen dan bijvoorbeeld extra nadruk op CNC-machines of plaatsingstechnieken. Onlangs leerden we een cursist hoe hij ledverlichting kan integreren in maatwerkmeubilair, hoewel dat niet standaard in het lespakket zit. We werken altijd zo praktijkgericht mogelijk. Zo krijgen kandidaten een realistisch beeld van de job en zijn ze meteen inzetbaar.”


VDAB speelt dus heel flexibel in op de noden van cursisten en werkgevers. “Daarnaast ontwikkelen we ook opleidingstrajecten op maat van een bedrijf”, vervolgt Van der Linden. “Recent nog bij bouwonderneming Wyckaert, die metsers en bekisters zocht. VDAB ondersteunt dan het hele proces: van kandidaten vinden over de opleiding tot de indiensttreding. Voor werkzoekenden is dat extra motiverend, want ze weten meteen waar ze aan de slag gaan. Zo’n traject kan vanaf zes à acht openstaande vacatures, maar ook voor kleinere ondernemingen zijn er mogelijkheden.
Zo kunnen we bedrijven die op zoek zijn naar gelijkaardige profielen samenbrengen voor een gezamenlijk project.”

Het machinepark is een andere cruciale schakel die ertoe leidt dat werkzoekenden na hun opleiding meteen meedraaien in een bedrijf. Technologie evolueert razendsnel. Wie door VDAB wordt opgeleid, moet mee zijn. “Als bedrijven het opleidingscentrum bezoeken, staan ze keer op keer versteld van de machines die we in huis hebben”, vertelt Vercruyssen. “Naast een gewone CNC-machine hebben we bijvoorbeeld sinds kort ook een verticale CNC. We volgen de machinemarkt op de voet om te weten waarin we in de toekomst moeten investeren.”
“Scholen hebben die middelen niet altijd”, vult Van der Linden aan. “Daarom kunnen ze via de tiendagenregeling van de Regionale Technologische Centra (RTC) tien dagen per schooljaar onze infrastructuur en machines gebruiken. Zo dragen we ook bij aan de opleiding van jonge vakmensen.”

Zeven op de tien cursisten die een opleiding afrondt, heeft binnen de drie maanden een vaste job. Van der Linden gelooft dat het nog beter kan. “Werkgevers leggen de lat vaak nog te hoog. Ze zoeken een witte raaf: iemand met veel ervaring, die het Nederlands perfect beheerst en liefst ook nog een rijbewijs heeft. Dan zoek je naar een naald in een hooiberg. We zitten nu eenmaal met de toenemende vergrijzing. Er gaan meer mensen in pensioen dan er klaarstaan om hun plaats in te nemen. De arbeidsmarkt is krap. De ideale werknemer is er daarom eentje die je zelf hebt opgeleid.”
“Bedrijven worden daarbij ondersteund”, vervolgt ze. “Met de individuele beroepsopleiding (IBO) leiden ze kandidaten enkele maanden op de werkvloer op, met financiële, administratieve en didactische steun van VDAB. Veiligheid is een andere zorg. Je wilt niet dat werknemers risico’s lopen doordat ze de taal onvoldoende beheersen. Maar VDAB garandeert dat iedereen die door ons werd opgeleid veilig kan werken. Ze leggen allemaal een examen af om een veiligheidsattest te behalen. Het is erkend door Constructiv en gelijkwaardig aan een VCA-attest. We doen dus een warme oproep: geef ook anderstaligen of kandidaten zonder rijbewijs de kans hun kwaliteiten in de praktijk te bewijzen.”