Eik is een fantastische houtsoort, maar het kan geen kwaad om je houtrepertoire uit te breiden met minder bekende lokale soorten. Het houdt je scherp, wakkert de creativiteit aan, en het is goed voor het milieu en de biodiversiteit. Daarom zetten we regelmatig een houtsoort in de kijker die het ontdekken waard is. Dit keer: Europees esdoorn.
Met zijn lichte, crèmekleurige tint is het vandaag een populaire houtsoort voor het interieur, maar wist je dat de boom vroeger ook al geliefd was? Een paar eeuwen terug, nog voor de moderne geneeskunde haar intrede deed, werd het sap van de esdoorn gebruikt als natuurlijke remedie tegen scheurbuik. Gelukkig is het een boom die zich eenvoudig zelf voortplant en dus ruim te vinden was – en is – in onze bossen.
Ten opzichte van andere bouwmaterialen blinkt hout uit als milieuvriendelijke keuze. Een boom die gedurende zijn hele leven koolstof heeft opgenomen, houdt die ook vast wanneer hij wordt gekapt en verwerkt. Omdat dit de uitstoot tijdens het productieproces compenseert, is hout een koolstofneutraal product. Wie kiest voor lokaal hout, waarbij zo min mogelijk transport komt kijken, maakt een bijzonder duurzame keuze.
Het kernhout van Europees esdoorn is crèmekleurig tot lichtbruin, en je kan het spinthout optisch nauwelijks onderscheiden van het kernhout. Het heeft een fijne nerf, met soms een gegolfde draad. Op dosse gezaagd wordt een licht gevlamde tekening zichtbaar.
Omdat het hout schimmelgevoelig is, moet het na het kappen zo snel mogelijk verzaagd worden om de mooie kleur te behouden. Esdoorn is ook gevoelig voor insecten, maar laat zich daartegen goed behandelen.
Europees esdoorn is met zijn natuurlijke duurzaamheidsklasse V niet duurzaam. Vermijd dus langdurige blootstelling aan water om schimmelvorming te voorkomen. In het interieur kan je het daarentegen wel voor heel wat toepassingen inzetten. Esdoorn is een middelzware, harde en tamelijk stabiele houtsoort die zich goed laat bewerken. Ideaal voor parket, trappen en ander binnenschrijnwerk, maar ook voor meubelen en het meer verfijnde werk.
Zo was het vroeger een van de meest gebruikte houtsoorten voor muziekinstrumenten, en ook vandaag blijft het geliefd bij ambachtelijke vioolbouwers.
Door de fijne nerf kan je van esdoorn mooi fineer maken, maar je moet voorzichtig zijn met de hittebehandeling die aan het snijden voorafgaat. Esdoorn te snel opwarmen of aan een te hoge temperatuur blootstellen leidt ertoe dat de lichte tint verloren gaat. Als er golvende nerven aanwezig zijn, verklein je de snijhoek van het gereedschap best tot 15° om splinters te voorkomen. Droog het hout onmiddellijk na het vellen om verblauwing van het hout te voorkomen.
Met vragen over Europees esdoorn kan je altijd terecht bij Hout Info Bois. Zij helpen je graag verder op weg.