Platform over interieur- & exterieurschrijnwerk

Borstweringen: de juiste hoogte, veilige bevestiging en technische voorschriften

Gast: Joeri Luckermans | Host: Björn Crul

Wanneer is een borstwering verplicht? Hoe hoog moet ze zijn en aan welke technische en veiligheidseisen moet ze voldoen? In deze aflevering van de Buildwise-podcast ontvangt Björn Crul Joeri Luckermans, technisch adviseur bij Buildwise, voor een gesprek over de regels en aandachtspunten bij het ontwerpen, plaatsen en controleren van borstweringen.

Samen bespreken ze de geldende normen, de correcte beschermingshoogte, de toegelaten openingen en de vereisten voor glazen borstweringen. Ook de verankering in gevels, de plaatsing op platte daken zonder de waterdichtheid in gevaar te brengen en de specifieke voorschriften voor trappen en bordessen komen aan bod. Tot slot licht Joeri toe welke technische publicaties en praktische hulpmiddelen Buildwise ter beschikking stelt van bouwprofessionals.

Transcriptie

[00:01] Inleiding – Borstweringen en de campagne van Buildwise

Björn Crul: Dag luisteraars, welkom in deze nieuwe podcast in samenwerking met Buildwise. Ik ben Björn Crul en vandaag hebben we het over een thema dat misschien minder sexy klinkt dan BIM of duurzaamheid, maar wel een thema dat elke aannemer, architect en schrijnwerker wekelijks tegenkomt: borstweringen. Wanneer volstaat je raam als valbeveiliging en wanneer niet? Wat is eigenlijk de juiste hoogte van een borstwering? Hoe bevestig je ze op een plat dak zonder je dakafdichting te beschadigen? En met welke technische voorschriften moet je allemaal rekening houden? Buildwise, het innovatie- en onderzoekscentrum voor de bouwsector, lanceert dit jaar een campagne die specifiek rond borstweringen draait. En dat is geen toeval. De regelgeving wordt herzien en er zijn nieuwe technische voorschriften. Mijn gast vandaag is Joeri Luckermans van Buildwise en hij heeft meegewerkt aan de nieuwe gids van Buildwise over borstweringen. Welkom in onze studio.
Joeri Luckermans: Dank je, Björn.

[00:54] De aanleiding voor de campagne over borstweringen

Björn Crul: Buildwise brengt elk jaar een aantal thema’s onder de aandacht van de stakeholders in de bouwsector. Dit jaar zijn borstweringen een van die topics. Wat is eigenlijk de aanleiding om dat thema nu op de agenda te zetten?
Joeri Luckermans: De aanleiding is vooral heel praktisch. Borstweringen lijken op het eerste zicht een eenvoudig bouwelement, maar op onze afdeling Technical Business Services krijgen we er veel vragen over. Wanneer heb je precies een valbeveiliging nodig? Hoe hoog moet die zijn? Van waar moet je die hoogte meten? Hoe toon je aan dat die borstwering voldoende sterk is? Bovendien is de norm NBN B 03-004 herzien, dus het is een goed moment om de regels opnieuw helder en toepasbaar samen te brengen voor ontwerpers en uitvoerders.

[01:35] Wanneer is een borstwering noodzakelijk?

Björn Crul: Ja, laten we beginnen bij het begin. Als er een raam tot op de grond wordt voorzien of een lage vensterbank is, wanneer moet er dan eigenlijk een borstwering worden voorzien?
Joeri Luckermans: De basisregel is vrij eenvoudig. Zodra er een niveauverschil is van 1 meter of meer tussen de afgewerkte vloer en een onderliggend maaiveld, maar dat kan bijvoorbeeld ook een dak zijn of een ander toegankelijk oppervlak, moet het risico op doorvallen beperkt worden. Dat betekent niet automatisch dat er altijd een aparte borstwering voorzien moet worden. Het buitenschrijnwerk kan zelf als valbeveiliging functioneren, maar dan moet het wel voldoen aan de eisen van onder meer de beschermingshoogte, schokweerstand en de beglazing. Is dit niet het geval, dan is een bijkomende borstwering wel nodig.

[02:17] De normen voor borstweringen en buitenschrijnwerk

Björn Crul: Specifiek voor borstweringen zijn er eigenlijk twee normen in het spel: de borstweringsnorm voor gebouwen en de schrijnwerknorm. En de schrijnwerknorm NBN B 25-002-1. Leg ons eens uit wanneer die normen nu precies gelden en wat het verschil is.
Joeri Luckermans: U kunt het zo bekijken. De NBN B 25-002-1 gaat over buitenschrijnwerk. Als een raam of vast glaselement zelf de valbeveiliging vormt, gaan we eerst naar die norm kijken. Daaruit volgen de eisen voor de beschermingshoogte, de weerstand tegen schokken en ook de keuze voor de juiste beglazing. Als het schrijnwerk die bescherming zelf niet kan bieden, is er dus een aparte borstwering nodig. Dan komen we eigenlijk bij de NBN B 03-004 terecht. Die norm bepaalt onder meer de hoogte, de geometrie, de belastingen en de beproevingen die de borstwering moet ondergaan.

[03:08] Vergrendelbare ramen en openingsbegrenzers

Björn Crul: We hebben het over borstweringen, maar er is nog altijd een uitzondering. Soms volstaat een raam met een vergrendelbare raamkruk of een openingsbegrenzer. Wanneer mag dat dan en waar moet je dan uiteindelijk op gaan letten?
Joeri Luckermans: Dat kan inderdaad, maar het is een oplossing met duidelijke randvoorwaarden. Een opengaand raam kan in bepaalde situaties als een niet-opengaand element beschouwd worden wanneer het tijdens het normaal gebruik vergrendeld blijft met een sleutel of wanneer er een openingsbegrenzer is. De sleutel mag dan in principe alleen beschikbaar zijn voor personen die het onderhoud doen van het raam en die mogen het dan openen, maar bij dat onderhoud moeten dan wel de juiste persoonlijke beschermingsmaatregelen gebruikt worden. Bovendien blijven de eisen voor schokweerstand en beglazing gelden. Voor een gezinswoning raden we zo’n oplossing eerder af, omdat we dan sterk afhankelijk worden van correct gebruik van die sleutel of die begrenzer.
Björn Crul: En waar kan het dan wel worden gebruikt?
Joeri Luckermans: De oplossing kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij bureaugebouwen, kantoren, woonzorgcentra waarbij een strikte scheiding is tussen de onderhoudsploeg en de uiteindelijke eindgebruiker van het gebouw.

[04:13] De minimale beschermingshoogte en de juiste meetmethode

Björn Crul: Als er dan wel een borstwering nodig is, moet uiteraard de juiste hoogte worden bepaald. Het antwoord lijkt in de praktijk soms minder eenvoudig dan men denkt. Wat zijn de basisregels eigenlijk?
Joeri Luckermans: Voor een afzonderlijke dunne borstwering is 1,10 meter de gebruikelijke minimale borstweringshoogte. Vanaf een valhoogte van 12 meter wordt dat 1,20 meter. Maar daar begint meteen de nuance. Bij dikkere borstweringen of bij bepaalde uitstekende delen kan de vereiste hoogte anders worden beoordeeld. Die uitstekende elementen maken het minder makkelijk om over de borstwering te buigen of erover te hangen en zo een val in de diepte te maken. Maar essentieel is ook: je moet altijd nagaan vanaf welk niveau iemand effectief kan staan, zitten of knielen. De maat vanaf de vloer vertelt dus niet alleen het hele verhaal.
Björn Crul: Ja, en dan is de vraag natuurlijk: hoe meet je dan de beschermingshoogte? Heb je een concreet voorbeeld?
Joeri Luckermans: In een eenvoudige situatie meet je verticaal vanaf de afgewerkte vloer waarop iemand staat tot aan de bovenkant van de borstwering of leuning. Stel dat je op een balkon met een dunne borstwering staat en de valhoogte is minder dan 12 meter, dan mik je op minstens 1,10 meter vanaf de afgewerkte vloer. Maar staat er vlak naast die borstwering bijvoorbeeld nog een brede lage opstand waarop iemand kan gaan staan, dan kan die opstand een nieuw referentieniveau worden. Dan moet je de beschermingshoogte opnieuw vanaf dat hogere niveau bekijken.

[05:37] Veelvoorkomende meetfouten en stationeringszones

Björn Crul: Het is geen makkelijke materie. Wat zijn de meest voorkomende vergissingen die jullie zien op een werf of bij het bepalen en controleren van de beschermingshoogte?
Joeri Luckermans: De meest voorkomende fout is precies dat men alleen met de meter vanaf de vloer tot aan de bovenkant van de borstwering gaat en zegt: oké, we hebben 1,10 meter en dus is het in orde. De norm kijkt ook naar de zogenaamde stationeringszones. Dat is een moeilijk woord voor oppervlakten waarop iemand kan gaan staan, maar die ook als opstap gebruikt kunnen worden. Daarbij gaat de norm ervan uit dat elementen tot 45 centimeter boven dat afgewerkte vloerniveau in principe opstapbaar zijn. Denk bijvoorbeeld aan een brede vensterbank, of een radiatoromkasting of een andere opstand. Vanaf een breedte van 300 mm gaat de norm ervan uit dat je er stabiel kan opstaan. Maar ook smallere oppervlakten kunnen relevant zijn wanneer je er bijvoorbeeld met wat steun nog kan opstaan en toch in een instabiel evenwicht kan staan. Het is dus belangrijk om niet alleen naar die vloer te kijken, maar ook naar elementen in de buurt van de borstwering. Ook zit- of knielvlakken tussen 45 en 60 centimeter hoog kunnen de vereiste hoogte beïnvloeden. Het ontwerp moet dus als geheel bekeken worden en niet alleen de borstwering op zich.

[06:52] De invloed van renovatiewerken op de beschermingshoogte

Björn Crul: Joeri, als we dan specifiek kijken naar een renovatie bijvoorbeeld. Ik neem aan dat daar soms een nieuw risico kan ontstaan. Een nieuwe vloerafwerking of een ophoging van het vloerniveau kan de effectieve beschermingshoogte van de bestaande borstwering verkleinen. Wat moet je in zo’n geval doen?
Joeri Luckermans: Bij renovatie raden we zeker aan om de beschermingshoogte opnieuw te controleren aan de hand van de actuele norm, zeker wanneer de werken een belangrijke invloed hebben op de bestaande situatie. Als je bijvoorbeeld een terras ophoogt of een nieuwe vloerafwerking bovenop de bestaande plaatst, wordt de effectieve beschermingshoogte kleiner. Een borstwering die voor de werken voldoende hoog was, kan daardoor na de renovatie niet meer beantwoorden aan de huidige veiligheidscriteria. In dit geval is het aangewezen om na te gaan of de borstwering aangepast moet worden of dat er een bijkomende valbeveiliging nodig is.

[07:42] De geometrie van borstweringen en de toegelaten openingen

Björn Crul: Laten we dan eens kijken naar de bouwtechnische vereisten. Een borstwering moet niet alleen hoog genoeg zijn. Er zijn een aantal andere zaken waar men rekening mee moet houden, zoals de maaswijdte of de staafafstanden. Wat zijn eigenlijk de basisregels?
Joeri Luckermans: De geometrie is vooral bedoeld om twee dingen te vermijden: dat iemand door die borstwering kan vallen en dat de onderste zone gemakkelijk beklimbaar wordt. Tot 45 centimeter boven de relevante stationeringszone worden de openingen daarom sterk beperkt. Bij verticale spijlen is de vrije opening maximaal 110 mm. De afmetingen zijn onder meer zo ook gekozen dat een kind het hoofd er niet kan doorsteken of vervolgens gekneld kan geraken. Boven die zone kan de toegelaten opening wel oplopen tot 180 mm.
Björn Crul: En hoe zit dat dan bij horizontale of schuine elementen?
Joeri Luckermans: Bij horizontale of schuine elementen gelden strengere regels, omdat ze als een soort ladder kunnen functioneren. Voor andere invullingen gebruik je wat de norm een gabarit noemt, waarmee je kan controleren of de opening niet te groot is. Het is dus niet één universele maaswijdte. De toegelaten opening hangt af van de vorm en de positie van de invulling.

[08:50] Esthetische wensen en veiligheidsvoorschriften

Björn Crul: Jullie hebben bij Buildwise gemerkt dat de wensen van een architect of een bouwheer soms wel eens kunnen botsen met de veiligheidsvereisten. Heb je daar een voorbeeld van? En hoe kan een architect dan toch meewerken aan het verzoenen van het visuele en de bescherming?
Joeri Luckermans: Een klassiek voorbeeld is de wens om een borstwering zo open mogelijk en minimalistisch te maken. Bijvoorbeeld met horizontale kabels of grote openingen. Visueel kan dat heel aantrekkelijk zijn, maar in de onderste 45 centimeter wil de norm net vermijden dat de invulling makkelijk beklimbaar wordt of dat er een lichaamsdeel door de te grote opening kan. De architect heeft daar wel wat speelruimte. Je kunt werken met verticale elementen, glas, een fijnere invulling in de onderste zone of een ontwerp waarbij de open delen pas hoger beginnen. Het is interessant om de veiligheidsregels vroeg in het ontwerp mee te nemen. Dan kun je meestal nog tot een esthetisch goede oplossing komen zonder achteraf een noodoplossing te moeten toevoegen.

[09:44] Sterkte, stabiliteit en de beproeving van borstweringen

Björn Crul: En als die borstwering dan ontworpen is, moet er uiteraard ook worden aangetoond dat ze voldoet. Op welke manier kan dat gebeuren? Wat zijn de methodes die worden gebruikt?
Joeri Luckermans: De norm kijkt zowel naar sterkte en stabiliteit als het gedrag in normaal gebruik. In rekentermen spreken we dan over de uiterste grenstoestand, waarbij je bijvoorbeeld breuk of verlies van evenwicht wil vermijden, en de gebruiksgrenstoestand, waarbij vervorming beperkt moet blijven. Dat kan in veel gevallen met een berekening aangetoond worden. Als een systeem moeilijk te berekenen is, kan een beproeving wel nodig zijn. Daarnaast is er ook een dynamische controle, de zogenaamde zachte schokproef of slingerproef. Daarbij wordt er een impactlichaam van 50 kilogram opgetild en vervolgens tegen de borstwering geslingerd. Belangrijk is dat men daarbij wel bewust is dat men ook de meest ongunstige plaatsen van de borstwering beproeft. Dat kan bijvoorbeeld in het midden van een vulelement zijn, of ter hoogte van een stijl of dicht bij een verbinding. Bij een glazen borstwering die alleen onderaan ingeklemd is, kan bijvoorbeeld een bovenhoek het meest kritische punt zijn, waardoor ze op die plaats ook belast moet worden. Er wordt niet alleen getest of de borstwering een impact kan weerstaan, maar ook op de plaatsen waar ze het meest kwetsbaar is.

[10:57] De technische voorlichting en de praktische gids van Buildwise

Björn Crul: We zeiden het al, er is een nieuwe technische voorlichtingsnota die aannemers en schrijnwerkers ook concrete hulp biedt bij die berekeningsoefening. Wat hebben jullie precies uitgewerkt?
Joeri Luckermans: Wat we vooral willen doen, is de afstand verkleinen tussen vrij abstracte eisen uit de norm en de vragen die in een concreet ontwerp opduiken. De norm zegt welke belastingen en criteria er gelden. De technische voorlichting helpt om die principes praktisch toepasbaar te maken en om te begrijpen welke onderdelen je effectief moet dimensioneren: niet alleen de stijlen of het glas, maar ook de verankering. Voor systemen die niet eenvoudig berekenbaar zijn, blijft de beproeving uiteraard wel een mogelijke weg. De praktische gids die bij deze campagne hoort, bundelt de meest voorkomende vragen zodat je snel weet waar je in het ontwerp moet opletten.

[11:43] De samenstelling en veiligheid van glazen borstweringen

Björn Crul: Glazen borstweringen zijn al een tijdje populair bij architecten en opdrachtgevers, maar niet elk glas is uiteraard geschikt als borstwering. Wat zijn de vereisten? Welke samenstelling moet het glas hebben?
Joeri Luckermans: Wanneer het glas zelf deel uitmaakt van de valbeveiliging, is gelaagd veiligheidsglas essentieel. Dat bestaat uit minstens twee glasbladen die met één of meer tussenlagen met elkaar verbonden zijn. Als het glas dan breekt, blijven de scherven aan die tussenlaag hechten en valt het glas dus niet zomaar volledig uit. Dat is belangrijk omdat de borstwering ook na glasbreuk nog een zekere bescherming tegen doorval moet bieden. De norm schrijft daarvoor een bepaalde veiligheidsklasse voor, de zogenaamde 1B1-classificatie. Hoe dik de glasbladen precies moeten zijn en welke tussenlagen ervoor nodig zijn, kun je niet algemeen vastleggen. Dat hangt dan onder andere af van de afmetingen, de manier waarop het glas bevestigd wordt en de belastingen op de borstwering.
Björn Crul: Ja, en dan gaat het bijvoorbeeld over puntbevestigingen.
Joeri Luckermans: Ja, bij puntbevestigingen of hogere belastingen kan het nodig zijn om gelaagd veiligheidsglas te gebruiken, waarvan de afzonderlijke glasbladen thermisch gehard of thermisch versterkt zijn. Het glas blijft dus altijd gelaagd. De warmtebehandeling zorgt ervoor dat de glasbladen sterker worden, maar vervangt de gelaagde opbouw niet. Dat onderscheid is belangrijk. Sterker glas is niet automatisch veiliger. Een geharde glasplaat die breekt, verliest immers heel snel haar draagvermogen.

[13:07] Schade, verkleuring en delaminatie bij glazen borstweringen

Björn Crul: Borstweringen zijn uiteraard ook onderhevig aan de buitenlucht. Met de tijd kan er schade optreden, verkleuring, delaminering ook. Wat zijn de vaakst voorkomende problemen en wanneer moet een glazen borstwering dan vervangen worden?
Joeri Luckermans: Bij glazen borstweringen zien we meer krassen, randbeschadigingen en optische verschijnselen, witte verkleuring aan de rand en delaminatie. Niet elk zichtbaar verschijnsel betekent automatisch dat het glas onveilig is of dat het vervangen moet worden. Een lichte witachtige verkleuring tot ongeveer 25 mm vanaf de rand wordt doorgaans aanvaard. De veelgebruikte PVB-tussenlaag is nu eenmaal enigszins vochtgevoelig. Daarom kan het wel interessant zijn om de bovenzijde van het glas te beschermen met een doorlopend bovenprofiel of een doorlopende leuning. Zo krijgt het vocht minder kans om via de glasrand de tussenlaag aan te tasten.
Björn Crul: En welke afwijkingen zijn dan toegelaten bij delaminatie?
Joeri Luckermans: Een delaminatie die beperkt blijft tot 15 mm, beschouwen we als aanvaardbaar, al moet de evolutie ervan wel opgevolgd worden. Anders wordt het wanneer de aantasting verder evolueert, buiten de toleranties valt of de structurele werking en restbescherming van het glas beïnvloed worden. Dan moet de oorzaak onderzocht worden en kan vervanging nodig zijn. Met andere woorden, eerst onderscheiden of het om een uitzichtsprobleem gaat of om een probleem dat ook de veiligheidsfunctie in gevaar brengt.

[14:29] De bevestiging en verankering van borstweringen

Björn Crul: En dan moeten we het ook hebben over de aandachtspunten rond de bevestiging. Een borstwering kan perfect gedimensioneerd zijn, maar toch onveilig omdat ze niet goed bevestigd is. Waar kunnen problemen opduiken?
Joeri Luckermans: De bevestiging is eigenlijk de laatste schakel in de krachtsafdracht, maar wel een hele cruciale. Een perfecte borstwering helpt niet als de krachten niet veilig in een draagkrachtig gedeelte van het gebouw terechtkomen. Problemen ontstaan bijvoorbeeld wanneer men te dicht bij de rand van een betonnen balkon verankert, wanneer men bevestigt in een niet-dragend gevelblad of wanneer de ondergrond onvoldoende gekend is. Je moet de borstwering dus als één systeem bekijken: de invulling, de stijlen, maar ook de verbindingen, de ankers en de bouwkundige ondergrond.
Björn Crul: En hoe los je dat op bij een spouwmuur of bij een bevestiging op het buitenschrijnwerk?
Joeri Luckermans: Bij een spouwmuur moet je de krachten doorgeven naar het dragende binnenblad of naar een ander structureel element. Je mag de borstwering dus niet gewoon in het gevelmetselwerk verankeren. Zelfs wanneer zo’n bevestiging initieel voldoende sterk lijkt, leert onze ervaring op lange termijn dat dit geen betrouwbare oplossing is. Ook de NBN B 03-004 laat een dergelijke verankering daarom niet toe. Bij een ETICS-gevel zijn speciale montage-elementen nodig, die voldoende diep in de dragende ondergrond verankerd kunnen worden. Een andere mogelijkheid is bevestigen op het buitenschrijnwerk zelf. Dan wordt in het vaste raamkader bevestigd en moet het systeem correct gedimensioneerd of beproefd zijn. In de praktijk wordt daarvoor vaak gewerkt met een oplossing die door systeemfabrikanten van het schrijnwerk is uitgewerkt. Bijvoorbeeld met bijkomende verstevigingen in de PVC-profielen.

[16:06] Borstweringen op platte daken en de waterdichtheid van de dakafdichting

Björn Crul: Bij een borstwering op een plat dak zijn er meerdere aandachtspunten. Je hebt een stevige verankering nodig en tegelijkertijd moet ook de dakafdichting natuurlijk waterdicht blijven. Hoe kan men dat aanpakken?
Joeri Luckermans: Daar moet je inderdaad twee eisen tegelijk oplossen. De borstwering moet structureel betrouwbaar zijn en je dakafdichting moet waterdicht blijven. De beste oplossing is daarom een detaillering waarbij je de dakafdichting niet hoeft te doorboren, bijvoorbeeld met een constructie die via tegenwicht gestabiliseerd wordt. Kan dat niet, dan verkiezen we de bevestiging tegen de buitenzijde of een doorboring in het verticaal vlak boven de dakopstand. Een horizontale perforatie van de afdichting is namelijk moeilijker duurzaam waterdicht te krijgen. Daarnaast moet de opstand van de dakafdichting voldoende hoog blijven. Doorgaans is 15 cm boven het dakvlak voldoende. Bij een terrasafwerking met open voegen, zoals tegels op tegeldragers, geldt een specifieke regeling waarbij de opstand minstens 5 centimeter boven de vloerafwerking blijft. Ook de thermische continuïteit en eventuele drainage van holle stijlen moeten wel bewaakt worden. Geen zorgen, je hoeft niet altijd opnieuw van nul te beginnen. In de Buildwise-detaildatabank vind je concrete bouwdetails die tonen hoe je zo’n aansluiting in de praktijk kan uitvoeren.

[17:25] De specifieke regels voor trappen en bordessen

Björn Crul: Dan moeten we het uiteraard ook hebben over trappen en bordessen. Bij trappen gelden specifieke regels en die verschillen wel van de algemene borstweringsnorm. Wat zijn de voornaamste verschillen eigenlijk?
Joeri Luckermans: Bij een trap wordt de beschermingshoogte anders gemeten dan op een horizontale vloer. Je meet verticaal vanaf de neus van de trede tot aan de bovenkant van de leuning, en daar geldt de minimale hoogte van 900 mm. Op het bordes kom je opnieuw in de algemene regels terecht. Voor een dunne borstwering is dat dan de courante situatie van 1,10 meter en 1,20 meter wanneer de valhoogte groter wordt dan 12 meter. Ook de regels voor de openingen verschillen op een trap, omdat de geometrie de helling meevolgt.
Björn Crul: En waar moet men dan specifiek op letten bij trappen en bordessen?
Joeri Luckermans: Een paar punten springen ertussenuit. Tussen verticale elementen van een trapleuning is de opening beperkt tot 110 mm. Tussen elementen die dan parallel lopen met de traphelling, is dat 180 mm. Bij een trap zonder trapboom mag de opening tussen de neus van de trede en de onderste regel niet groter zijn dan 50 mm. Op het bordes moet de borstwering die ook de trapleuning voortzet, opnieuw aan de algemene regels voor de hoogte en de opening voldoen. Ook de overgang van de handgreep tussen trap en bordes verdient wel aandacht, zodat er geen vreemde openingen of andere zones gecreëerd worden.

[18:45] De publicaties en technische informatie van Buildwise

Björn Crul: Joeri, dank je wel om ons mee te nemen in de wereld van borstweringen en de verschillende aandachtspunten toch even op een rijtje te zetten. Nu, als er luisteraars zijn die nog meer informatie willen, waar kunnen ze die vinden?
Joeri Luckermans: Wie zich verder wil verdiepen, kan in de eerste plaats terecht in onze nieuwe technische voorlichting over glazen borstweringen. Daar gaan we veel uitgebreider in op het ontwerp, de dimensionering en de uitvoering van glazen borstweringen. Daarnaast hebben we ook een nieuwe praktische gids, waarin we de tien meest gestelde vragen over borstweringen beantwoorden. Die vormt een eerste goede ingang voor wie snel een antwoord zoekt op een concrete vraag. En al die informatie vind je op onze website buildwise.be. Als je daar in onze assistent zoekt op borstweringen, kom je bij de campagne en de bijbehorende publicaties terecht. En uiteraard kan je ook Tooli gebruiken, ons AI-platform voor de bouw, waarin de technische kennis uit de Buildwise-publicaties al mee verwerkt is.

[19:39] Afsluiting van de podcast

Björn Crul: Helemaal duidelijk is dat. Joeri, hartelijk bedankt voor dit gesprek.
Joeri Luckermans: Ja, bedankt.
Björn Crul: En tot zover deze podcast in samenwerking met Buildwise, beste luisteraars. Bedankt voor uw aandacht en tot de volgende keer.

Gerelateerde podcasts

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten